Graag willen wij iets meer vertellen over de 3 Bremsoorten die op onze golfbaan groeien.  Het betreft: de Kruipbrem , Stekelbrem en de Gewone brem. De twee eerst genoemde soorten staan beide op de Nederlandse rode lijst van planten.

Kruipbrem
De Kruipbrem (Genista pilosa) is kwetsbaar en een zeldzame soort. Deze brem gaat sterk achteruit zo lees ik op de site van Floron. De bloemen van de Kruipbrem groeien langs de takken; zij vormen min of meer een aartje van bloemen. De plant kan 7 tot 30 cm hoog worden. Hij groeit op verschillende plaatsen op de golfbaan, bijvoorbeeld op het gedeelte bij de Kreijtenberg in de omgeving van hole 3, ook groeit hij tussen hole 12 en hole 17 en de linkerkant van hole 6.

Kruipbrem bijna in bloei

 

Kruipbrem in volle bloei

Stekelbrem
De Stekelbrem (Genista anglica) is gevoelig. Hij is algemener dan de kruipbrem, maar ook deze plant gaat landelijk gezien sterk achteruit.
De Stekelbrem is goed te herkennen door stekels aan de takjes. De bloemen groeien aan het uiteinde van de takken. De plant heeft maar weinig bladeren. De hoogte van deze plant is 15 tot 40 cm. Overal op de baan groeit de Stekelbrem tussen de heide. Beide planten breiden zich hier uit. Vooral de Stekelbrem doet het goed. Beheer is echter nodig om deze plantengemeenschap te behouden.
De meeste heidevegetaties worden al van oudsher in stand gehouden door de mens, bijvoorbeeld door het kappen van bomen en het laten begrazen door schapen. Zouden mensen geen beheer toepassen, dan verdwijnt de heide en dus ook deze lage bremstruiken. Deze bremstruikjes bloeien van april tot juli. De Stekelbrem kan al vroeg bloeien. Kruipbrem is meestal wat later.

Stekelbrem

Gewone brem
Gewone brem (Cytisus scoparius) is een hele algemene soort; hij komt overal voor, ook op de golfbaan. Zijn naam is Gewone brem, maar hij is ook weer niet zo gewoon. Enkele bijzonderheden wil ik graag noemen. Deze brem wordt ook wel bezembrem genoemd. Er zijn twee redenen waarom de plant deze bijnaam heeft gekregen. De eerste reden is: de lange groen opgaande en soepele takken hebben iets weg van een bezem.
De tweede reden is: de Latijnse naam scoparius is afgeleid van het Latijnse woord scopae dat voor bezem staat of scopa dat dunne tak betekent.
Cytisus is een vlinderbloemige.

Gewone brem, foto Wikipedia

Als er in de zomer rijp zaad aan de struik zit, dan kun je bij droog weer het knisperen horen van die openspringende zaden. Aan de zaden zit een sappig aanhangsel dat mieren lekker vinden. Daarom eten en verslepen mieren graag deze zaden en zij zorgen zo voor verspreiding.
Er is nog meer aan de hand met de zaden van de Gewone brem. Deze zijn erg hard en als er geen regen valt of als er strenge vorst is, zal veel zaad niet ontkiemen. Pas het jaar erop en bij voldoende vocht gebeurt dat wel. Zij kunnen dus stevige vorst goed doorstaan. De zaden blijven jaren kiemkrachtig.

De bloemen worden vooral bestoven door allerlei insecten. Ook de bestuiving is speciaal bij de bremsoorten. Als de bloem open is en er komt een insect op de kroonblaadjes om nectar te halen, dan is er in de bloem een soort van schiet- mechanisme. De stuifmeelkorrels worden als het ware over het insect heen geschoten. Alle bremsoorten horen tot de Vlinderbloemenfamilie.

Bent u als golfer op zoek naar een uit koers geraakte bal en U ziet tussen de heide zo´n laag Bremstruikje zonder stekels dan zou dat wel eens de kruipbrem kunnen zijn. Het is in het voorjaar genieten van al deze geel gekleurde bloemen.

Hartelijke groet namens het IVN van Bakel,
Anton Sijbers en Lenie van Hal.

Onze golfbaan kleurt geel in het voorjaar